dierenforum forum index
dierenforum
een leuke dieren forum
Plaats reactie
kattenziekten
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
hier komen verschillende soorten ziekten te staan
die katten kunnen krijgen
voor de juiste diagnose ga altijd naar de dierenarts!!!


Laatst aangepast door tessa op Di 08 Jun 2010 10:50, in totaal 1 keer bewerkt
Advertentie


niesziekte
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
niesziekte


Kenmerken.
Niesziekte of katteninfluenza is een ziekte met een epidemisch karakter. Alleen katten kunnen deze ziekte krijgen. De kenmerken van de ziekte zijn:
Koorts
Oogvliesontsteking
Tranende ogen
Loopneus
Laten hun eten en drinken staan
Vaak heeft de kat ook dunne ontlasting (diarree)
Alles gaat in de meeste gevallen gepaard met niezen
Bij het begin van de ziekte lijkt het een griep, maar trekt meestal vooral het niezen de aandacht (echter niet alle katten die niesziekte hebben zullen niezen). Bovendien ziet de kat er ziek uit en heeft koorts. De temperatuur kan stijgen tot 40,5°C. Deze koorts kan soms weken aanhouden. Vaak kwijlt hij overvloedig. Er komt afscheiding uit de ogen en de neus.
Na verloop van tijd worden in de bek en op de tong gezwellen zichtbaar, de luchtpijp is ontstoken en een etterende infectie treft de ogen en de neusgaten.
De kat ziet er dan erg slecht uit en hij voelt zich ook erg beroerd.
Als complicaties uitblijven is de ziekte niet dodelijk.
Vooral jonge dieren kunnen heel erg ziek zijn. Hun afweersysteem is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt.
Met een goede behandeling en als het op tijd wordt ontdekt is niesziekte volledig te genezen.


Besmetting.
Er is een aantal verwekkers verantwoordelijk voor niesziekte. De belangrijkste zijn het calici virus, het rhinotracheitis virus en chlamydiae (een klein soort bacterie). De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de term niesziekte. Vaak is er spraken van een menginfectie met meer dan 1 ziektekiem.
De veroorzakers van de ziekte, blijven buiten de kat werkzaam (dus besmettelijk) tot 160 dagen bij een temperatuur van 4°C en tot 33 dagen bij een temperatuur van 25°C.
Dit betekent dus dat een besmette kat de omgeving voor zeer lange tijd besmet kan maken. De virussen zijn ongevoelig voor antibiotica

Als de kat éénmaal besmet is geweest met één van de virussen die niesziekte veroorzaken, dan blijft deze vaak levenslang drager van dit virus. De kat vertoont dan geen ziekteverschijnselen, maar kan wel soortgenoten besmetten.

Een besmette moederpoes kan, zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen, de ziekte kort na de geboorte overbrengen op haar kittens. Dit kan al op een leeftijd van 1 week tot ziekte bij de kittens leiden, ondanks de aanwezigheid van de antistoffen die ze van hun moeder hebben meegekregen.
Ook kan een kat die drager is na een periode van stress weer ziekteverschijnselen gaan vertonen.


Verspreiding.
De ziekte wordt verspreid door de kat zelf. De belangrijkste manier van verspreiding is via het niezen van de kat. Kleine vochtdruppeltjes die vol zitten met ziektekiemen worden dan de lucht in geblazen. Deze druppeltjes zijn zo klein dat ze lang (soms wel uren) in de lucht kunnen blijven hangen. Ze kunnen in die periode grote afstanden afleggen als ze met de luchtstroom worden meegevoerd.
Vooral op plaatsen waar veel katten bij elkaar zitten in een kleine ruimte, zoals cattery, asiel of dierenpension, kunnen epidemieën uitbreken.
De ziekte kan ook worden overgedragen via besmette manden of kooien. Ook de mens kan de ziekte overdragen via de handen, kleding of schoeisel.
De ziekte kan echter niet op de mens worden overgebracht.


Bestrijding.
Daar de ziekte vaak gepaard gaat met dunne ontlasting (diarree), moet de kat goed in de gaten worden gehouden. Als ze ook niet genoeg drinken, kunnen ze binnen korte tijd uitdrogen. Zorg dus dat de kat voldoende vocht binnen krijgt. Bijvoorbeeld visbouillon of water met koffiemelk.
Zorg ook voor een rustige, warme en goed geventileerde ruimte.
Een zieke kat, kan door een verstopte neus niet goed ruiken. Door de zweertjes in de mondholte wordt eten een pijnlijke zaak. Dus veel eetlust heeft de kat niet. Geef daarom zeer smakelijk, zacht, voedsel, dat sterk geurt.


Inenting.
Als de kittens geen moedermelk meer krijgen moeten ze worden ingeënt. Met 6 tot 8 weken voor het eerst tegen kattenziekte en niesziekte. Deze enting moet als ze 12 weken zijn, worden herhaald met een cocktail tegen kattenziekte en niesziekte. Het kitten is nu voor een jaar lang beschermd.
Het is verstandig dat deze entingen jaarlijks worden herhaald.
Er bestaat echter geen inenting tegen alle virussen en bacteriën, die niesziekte kunnen veroorzaken. Tegen de calicivirusstam van de entstof ontstaat wel een goede en langdurige bescherming en dit virus is een zeer belangrijke veroorzaker van de ziekte.
Slechts een zeer klein percentage blijft ook na inenting chronisch verkouden.
Dit is echter niet besmettelijk en is met homeopatie meestal goed te behandelen.


Laatst aangepast door tessa op Di 09 Mrt 2010 20:46, in totaal 1 keer bewerkt
Feline infectueuze peritonitis
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
Het FIP-virus veroorzaakt een ontstekingsreactieFeline infectueuze peritonitis, (besmettelijke buikvliesontsteking bij de kat) of kortweg FIP is een fatale, ongeneeslijke ziekte bij katten. Men vermoedt dat ze veroorzaakt wordt door het Feline Infectious Peritonitis Virus (FIPV), dat een mutatie is van het Feline Enteric Coronavirus (FECV/FeCoV). Hoewel er een verband tussen FIP en het feline coronavirus lijkt te bestaan, is er nog geen duidelijk verband tussen oorzaak en effect bewezen. Het gemuteerde virus kan in bepaalde witte bloedcellen indringen en groeien, met name in macrofagen. De reactie van het immuunsysteem is meestal een ontsteking in de betreffende weefsels. FIP is bijna altijd dodelijk.


Overdracht en infectie
FECV is een vrij gebruikelijk virus, met name waar grote groepen katten samen gehouden worden (asiels, catteries, etc.). Katten worden geïnfecteerd door inademing of inslikken van het virus. De meest voorkomende bron is ontlasting, alhoewel besmette oppervlaktes, zoals etensbordjes en kleding, het virus eveneens kunnen overbrengen.

Ondanks de aanwezigheid van FECV krijgen de meeste geïnfecteerde katten geen FIP. Meestal heeft de blootstelling aan FECV enkel lichte diarree tot gevolg en vertoont de kat verder geen signalen. Een kat zonder de kenmerken kan dus even goed drager zijn van het FECV-virus en het doorgeven aan andere katten. Bij iedere met FECV geïnfecteerde kat bestaat het risico dat het virus muteert in FIP: deze kans is vergroot voor katten wier weerstand verlaagd is, bijvoorbeeld erg jonge of erg oude katten. Men vermoedt ook een genetische overdraaglijkheid van ontvankelijkheid voor het virus.

Kenmerken

FIP-vocht uit de buikholteFIP bestaat in twee vormen: acute FIP (natte FIP) en chronische FIP (droge FIP). Beide vormen zijn fataal, maar de acute vorm komt meer voor (60-70% van alle gevallen zijn natte FIP) en ontwikkelt zich sneller dan de droge vorm.

Acuut
Typisch voor de natte vorm van FIP is het samenkomen van vocht in de borst- of buikholte (ascites), waardoor ademhalingsproblemen ontstaan. Andere symptomen zijn lusteloosheid, koorts, gewichtsverlies, geelzucht en diarree.

Chronisch
Ook bij droge FIP manifesteert zich de lusteloosheid, koorts, geelzucht, diarree en het gewichtsverlies, maar de verzameling van vocht blijft uit. Typisch voor een kat met droge FIP is het verliezen van visus en uitval van het neurologisch systeem. Het kan bijvoorbeeld moeilijk worden om op te staan, te lopen en uiteindelijk kan de kat verlamd raken.

Diagnose
De meeste kenmerken van FIP zijn eigenlijk kenmerkend voor vele ziekten, en FIP is derhalve moeilijk vast te stellen. Er bestaat tot op heden dan ook geen diagnostische test voor FIP; de diagnose wordt meestal gesteld door een sterk vermoeden, fysieke klachten die de kat vertoont en eventueel onderzoek van het weefsel. Het vocht dat door de FIP veroorzaakt wordt, is vaak geel van kleur en heeft een verhoogd proteïne­gehalte. Ook bloedtesten kunnen soms uitkomst bieden, door onderzoek naar aanwezigheid van antilichamen voor het Coronavirus. Los van de fysieke kenmerken wordt de aanwezigheid van deze antilichamen niet als doorslaggevend gezien (de kat kan immers enkel drager zijn) en wordt alleen gebruikt om een eventueel vermoeden van FIP te bevestigen.

Behandeling
Aangezien er geen genezing voor FIP mogelijk is, is de behandeling van FIP gericht op bestrijding van de symptomen en palliatief. Doorgaans wordt de eigenaar van de kat geadviseerd om het de kat zo makkelijk mogelijk te maken, totdat duidelijk is dat de kat te veel lijdt. Prednison of andere onderdrukkende medicatie kan het leven van de kat nog enkele weken of maanden verlengen, maar geeft een contra-indicatie op bepaalde infecties. Natte FIP ontwikkelt zich bovendien vaak te snel om ingrijpen mogelijk te maken


Laatst aangepast door tessa op Di 08 Jun 2010 10:49, in totaal 2 keer bewerkt

_________________
http://dierenvrienden.multiforum.nl/index.php?mforum=dierenvrienden

Feline Leukemie virus (FeLV)
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
Feline Leukemie virus (FeLV)


Inleiding
Feline Leukemie Virus (FeLV) FeLV komt over de gehele wereld voor en is de meest voorkomende oorzaak van verschillende soorten tumoren bij katten. Daarnaast kan het virus het afweersysteem van de kat aantasten, waardoor normaal gezien vrij onschuldige infecties opeens fataal kunnen verlopen.



Hoe infecteert een kat zich?
FeLV is een virus dat heel sterk aan de kat gebonden is en overleeft in de buitenwereld niet lang. Infectie gebeurt door direct contact tussen katten. Deze overdracht kan gebeuren via speeksel, urine, bloed, ontlasting, slijm of via de baarmoeder van een poes naar haar kittens. Katten die buitenshuis leven hebben wel een grotere kans om besmet te raken.

Na infectie treedt er eerst een virusvermeerdering op in de lymfeklieren van de keel. Vervolgens komt het virus in het bloed terecht en wordt dan getransporteerd naar het beenmerg (waar de aanmaak van zowel rode als witte bloedcellen plaatsvindt), waar opnieuw een virusvermeerdering plaatsvindt. Van hieruit kan het FeLV-virus zich naar allerlei andere organen verspreiden, zoals lever, nier, milt, oog, zenuwen ...en de speekselklier, van waaruit dan weer besmetting van nieuwe katten kan plaatsvinden.

Wat er klinisch met een besmette kat gebeurt, is afhankelijk van verschillende factoren waaronder de leeftijd van de kat en de toestand van zijn afweersysteem.
• De meeste katten reageren met kortdurende koorts en na 1-4 maanden hebben ze een zodanige afweer opgebouwd dat het virus weer uit hun lichaam verdwijnt. Gedurende deze maanden kunnen deze katten echter het leukemievirus uitscheiden en andere katten besmetten. Bij sommige katten kan nog ruim drie jaar het virus in het beenmerg worden aangetoond maar gelukkig zijn deze katten zelden besmettelijk voor andere katten. De opgebouwde afweer geeft bescherming tegen nieuwe infecties.
• Een aantal katten (ongeveer 30 %) ontwikkelt onvoldoende afweer waardoor het lichaam het virus niet kwijt kan raken. In het lichaam wordt voortdurend nieuw virus gevormd en uitgescheiden. Deze katten noemen we persistente uitscheiders of dragers. Deze katten zien er niet ziek uit maar uiteindelijk wint het virus het (na 3-6 jaar) en overlijdt de kat aan de gevolgen van het leukemie-virus.

Jonge katten (< 4 maanden), katten met een slechte afweer (oud, chronische ziekten) en katten die voortdurend contact hebben met een drager lopen het meeste risico op een infectie.

Symptomen
Kattenleukemie is eigenlijk geen goede benaming. Het FeLV-virus kan vele soorten ziekbeelden veroorzaken waarvan leukemie één ervan is. Vaak wordt er pas onderzoek op FeLV gedaan als de kat niet reageert op de normale behandeling van een ziekte.
Het virus groeit met name in het bloedvormend systeem.
De volgende symptomen (niet alle tegelijk) kun je tegenkomen:

• Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, darmen, buikvlies of milt kunnen ontstaan. Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt.
• Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.
• Verminderde weerstand met als gevolg kans op FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen, enz.
• Vermageren.
• Benauwdheid.
• Koorts.
• Sloomheid.
• Vergrote lymfeklieren.
• Oogontstekingen.
• Slecht eten.
• Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.
• Verlammingsverschijnselen (langzaam verergerende verlamming van de achterpoten).
nierfalen bij de kat
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
Wat is nierfalen?
Bij nierfalen is er een probleem van de nieren waardoor deze minder goed hun functie kunnen uitvoeren. De nieren zorgen voor filtering van het bloed waarbij afvalproducten uit het bloed verwijderd worden en reguleren de vloeistof- en mineralenbalans van het lichaam.

Oorzaken en symptomen
Er zijn verschillende oorzaken voor nierfalen, zoals bijvoorbeeld ontsteking, tumor, te hoge bloeddruk of vergiftiging. Meestal merkt de eigenaar nierfalen pas op als er duidelijke symptomen zijn zoals een slechte vacht, stinken uit de mond of het drinken van veel water. Op dat moment kun je ook niet meer achterhalen wat de oorzaak was. Dan kan het al zijn dat er 75% van de nierfunctie verloren is. Bij katten ouder dan 15 jaar heeft 16% nierfalen, dan spreken we van chronisch nierfalen. Bij oudere katten is het zelfs de belangrijkste doodsoorzaak.

Nierproblemen kunnen vroegtijdig met urineonderzoek ontdekt worden. Door in de kattenbak een vulling te doen, die de urine niet opneemt is thuis een goed katten-urinemonster te verkrijgen. Om de urine van de kat op te vangen zijn speciale opvangkorrels voor in de kattenbak ontwikkeld. Deze zijn bij onze praktijken verkrijgbaar.

In de beginfase kan het moeilijk zijn om de symptomen op te merken. Bij katten valt al snel op dat ze meer drinken en plassen. Bij te weinig vochtopname kan het zijn dat de symptomen verergeren. Het ureumgehalte in het bloed stijgt en hierdoor wordt het huisdier misselijk en kan het gaan braken.

Het stellen van de diagnose
De diagnose voor nierfalen wordt gesteld door middel van een bloedonderzoek. Met het meten van het kreatinine en ureum kun je de diagnose nierfalen stellen. Wanneer deze waarden duiden op nierfalen moeten er verdere onderzoeken gedaan worden, zoals een echo van de nieren en een urineonderzoek (eiwitbepaling in de urine en een kweek nemen van de urine om te kijken of er bacteriën in zitten). Daarnaast is het ook belangrijk om het fosfor en kalium te bepalen. Bij een verhoogd fosforgehalte kan de kat zich behoorlijk ziek voelen.

Mijn kat heeft nierfalen. Wat nu?
Wat moet je doen wanneer de diagnose van nierfalen is geconstateerd? De schade aan de nieren is meestal onherstelbaar. Maar met een tijdige diagnose en behandeling kan het ziekteverloop beperkt worden. Belangrijk is een speciale voeding die de nieren zo min mogelijk belast. In die voeding zitten minder eiwitten en die zorgen ervoor dat er minder ureum geproduceerd wordt, door het hoge ureum voelt het huisdier zich ziek. Ook zit er in deze voeding minder fosfor. Wanneer er een hoog fosforgehalte in het bloed bij uw huisdier zit dan moet er nog een apart supplement toegevoegd worden aan de voeding, zoals ipakitine® poeder. Zorg er altijd voor dat er vers en schoon drinkwater staat. En voer de kat geen restjes of hapjes aangezien dit fosfor of zout kan bevatten.

Het kan zijn dat de voeding alleen niet voldoende is. Wanneer de nieren toch nog verslechteren dan moet er ook een ACE-inhibitor gegeven worden. Deze zorgt ervoor dat de bloeddruk in de aders na de nieren wat verlaagd wordt waardoor ze beter hun werk kunnen doen. Dit medicijn wordt ook gebruikt als er teveel eiwit in de urinestaal zit of als de kat een hoge bloeddruk heeft.

Het verdere verloop van de ziekte is verschillend per dier. Bij een patiënt met acuut nierfalen zullen de eerste dagen met infuus bepalend zijn. Wanneer de waarden zakken en het huisdier opknapt is het belangrijk om de patiënt goed op te volgen.

Chronisch nierfalen is stabiel te houden door een goede behandeling en met tijdige controles kan uw huisdier toch een prettig leven leiden.
suikerziekte bij de kat
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
suikerziekte bij de kat

Wat is suikerziekte precies
Bij de vertering in de darmen wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen. De koolhydraten worden in de darmen voornamelijk afgebroken tot een suiker dat glucose wordt genoemd. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen en na een maaltijd stijgt dus het aanbod van glucose vanuit de darm aan het bloed.
Voor de lichaamscellen is glucose bijna onmisbaar, niet alleen als bouwsteen maar ook als brandstof. Lichaamscellen nemen alleen glucose uit het bloed op als ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Insuline, dat wordt gemaakt door bepaalde cellen in de alvleesklier, zorgt er dus voor dat de lichaamscellen voldoende glucose kunnen opnemen en bovendien zorgt insuline er zo voor dat het glucosegehalte in het bloed binnen nauwe grenzen blijft. Als er te weinig insuline is, blijft er te veel glucose in het bloed achter en is er sprake van suikerziekte. Bij suikerziekte is dus het glucosegehalte in het bloed, ook wel bloedsuikergehalte genoemd, verhoogd. De lichaamscellen daarentegen hebben bij een tekort aan insuline juist gebrek aan de brandstof en bouwsteen glucose.

Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte
Als er veel glucose in het bloed aanwezig is, zal er via de nieren glucose met de urine verloren gaan. De glucose in de urine trekt extra vocht mee waardoor de kat meer gaat plassen. Om niet uit te drogen, zal de kat vervolgens ook meer moeten drinken.
Omdat glucose een belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal de kat meer gaan eten, maar desondanks gewicht verliezen. Als de kat niet wordt behandeld, verslechtert uiteindelijk de eetlust en de conditie.

De diagnose
De waargenomen verschijnselen wijzen vaak wel in de richting van suikerziekte, maar kunnen ook bij andere ziekten voorkomen.
De definitieve diagnose wordt gesteld wanneer bij de kat met verschijnselen van suikerziekte een te hoog glucosegehalte in het bloed wordt aangetoond (en ook de urine glucose bevat).

Hoe ontstaat suikerziekte
Het ontstaan van suikerziekte bij de kat vertoont grote gelijkenis met het ontstaan van suikerziekte bij de mens. Net als bij de mens zijn lichamelijke inactiviteit en vetzucht factoren die de kans op het ontstaan van suikerziekte sterk bevorderen. Deze factoren leiden tot een verminderde gevoeligheid voor insuline, waardoor er meer insuline moet worden gemaakt om het bloedglucosegehalte binnen de normale grenzen te houden. Te dikke dieren kunnen dus beter op een dieet worden gezet, zodat ze na enkele maanden tijd weer een normaal lichaamsgewicht hebben.
Ook kan suikerziekte bij de kat ontstaan als bijwerking van bepaalde medicijnen. Bijnierschorshormonen, die door de dierenartsen o.a. worden gebruikt om jeuk tegen te gaan, en ook medicijnen om de krolsheid bij de poes te voorkomen hebben een werking tegengesteld aan insuline. Hierdoor moet de alvleesklier meer insuline gaan maken, wat kan leiden tot uitputting van de insulineproducerende cellen.
Behandeling met deze middelen kan zo op den duur leiden tot suikerziekte en de situatie verslechteren als suikerziekte zich reeds heeft ontwikkeld.
In zeldzame gevallen kan de hypofyse, een hersenaanhangsel dat een centrale rol speelt in de hormoonhuihouding van het lichaam, bij de kat een overmaat aan groeihormoon produceren. Ook kunnen de bijnieren van de kat soms teveel bijnierschorshormonen maken (Syndroom van Cushing). Beide hormonen gaan de werking van insuline tegen, wat op den duur kan leiden tot uitputting van de insulineproducerende cellen in de alvleesklier en de ontwikkeling van suikerziekte. Zowel bij de mens als bij de kat is er vaak sprake van het neerslaan van bepaalde stoffen in de alvleesklier; met name als er veel insuline moet worden geproduceerd. Deze neerslagen zijn schadelijk voor de insulineproducerende cellen en kunnen er toe leiden dat de alvleesklier niet meer in staat is om voldoende insuline af te geven.

De behandeling
Algemeen
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een insulinetekort. Daarom moet dit tekort dagelijks, op vast tijdstippen, worden aangevuld met een insuline-injectie. De eigenaar van een kat met suikerziekte zal dus moeten leren insuline onderhuids te injecteren; dit lijkt eng, maar in de praktijk valt het reuze mee.
Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose die uw kat op een dag nodig heeft, is regelmaat in de voeding belangrijk. Het is van belang dat uw kat dagelijks een zelfde hoeveelheid voedsel van een constant mogelijke samenstelling krijgt. Eventueel overgewicht van de kat moet op verantwoorde wijzen worden bestreden. Hoewel de hoeveelheid lichaamsbeweging van invloed is op de hoeveelheid insuline die dagelijks nodig is, is de hoeveelheid lichaamsbeweging van een kat slecht te beinvloeden. Bij een plotselinge toename in de dagelijkse activiteit verbrandt een kat meer glucose. Dit kan tot gevolg hebben dat het bloedglucosegehalte sterk daalt en een zogenaamde hypoglycemie ontstaat. Katten die gewend waren de dag buiten door te brengen, kunnen dit blijven doen. De kat kan beter niet met bijnierschorshormonen worden behandeld. Ook mag de poes niet worden behandeld met medicijnen om de krolsheid te voorkomen.
De censuur die bij mensen worden gebruikt werken bij katten slechts in een beperkt aantal gevallen en worden daarom bij katten bij voorkeur niet gebruikt. Als de behandeling met insuline niet het gewenste effect lijkt te hebben, moet worden gezocht naar eventuele achterliggende ziekten.

Behandeling met Caninsulin
Omdat niet precies bekend is hoe groot het insulinetekort bij uw kat is, moet de juiste dosering worden vastgesteld. Anders gezegd: uw kat moet worden ingesteld.
Aan de hand van het gewicht van de kat zal de dierenarts bepalen hoeveel insuline in eerste instantie moet worden gegeven. Het insulinepreparaat dat voor katten wordt gebruikt heet Caninsulin. Het moet in de koelkast worden bewaard. Voor gebruik moet het flesje worden gezwenkt (en niet geschud!)
De diernarts zal u voordoen hoe u insuline uit het flesje opzuigt en hoe u het onder de huid moet in spuiten.
Caninsulin heeft bij katten maximaal 12 uur effect. Daarom moet de kat twee keer per dag met Caninsulin worden geinjecteerd; op vaste tijdstippen, telkens met 12 uur tussen de twee injecties. Het extacte behandelschema wordt door uw dierenarts in overleg met u gemaakt, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de dagindeling van de persoon die de kat behandelt.

Het vinden van de juiste dosis
De dierenarts zal aan de hand van het gewicht van uw kat een begindosis Caninsulin uitrekenen. Door op vaste tijden na de insulinetoediening het bloedglucosegehalte te meten met behulp van een glucosemeter kan de dierenarts zien of deze dosis nog moet worden bijgesteld. Dit houdt in dat in de beginperiode het bloedglucosegehalte regelmatig moet worden gecontroleerd. Eventueel kan de dierenarts u leren om zelf bloed af te nemen en zo thuis het bloedglucosegehalte te meten. Hiervoor is maar een druppel bloed nodig.
Als eenmaal de juiste dosis insuline is vastgesteld, zal de kat snel herstellen. De kat wordt levendiger en het vele drinken en plassen zal afnemen. Ook kan het aantal controles nu worden verminderd. Regelmatige controle blijft echter wel noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig zijn. Als uw kat eenmaal goed is ingesteld, kan deze een normaal leven leiden.

Voeding
Het is belangrijk dat de kat dagelijks een zelfde hoeveelheid voedsel van een zo constant mogelijke samenstelling krijgt. Sommige katten zijn gewend om s'ochtends hun dagelijkse portie voedsel in een keer in hun etensbak te krijgen en dan gedurende de dag in vele kleine maaltijden deze hoeveelheid voer op te eten. Als uw kat op deze manier eet, is dit een prima manier van voeren. Als uw kat echter de dagelijkse hoeveelheid voer in 4 of minder porties tot zich neemt moet de kat op vaste tijden maaltijden krijgen. Uw kat moet dan vlak voor elke insuline-injectie en ongeveer 5 uur na de insuline-injectie een maaltijd krijgen. Als het geven van vier maaltijden praktische problemen oplevert, kan hiervoor een voederapparaat worden aangeschaft in de dierenspeciaalzaak. Dit apparaat heeft verschillende vakjes die op instelbare tijden open gaat. De kat kan dan toch op de gewenste tijden worden gevoerd. Als de kat niet wil eten of nuchter moet blijven voor bijvoorbeeld een operatie mag slechts een derde deel van de normale insulinedosis worden toegediend. Als insuline pas na de maaltijd wordt toegedient en de kat om wat voor reden dan ook niet wil eten, kan de dosis insuline worden teruggebracht.

De vooruitzichten
Meestal kan de kat door een regelmatig leefpatroon en door behandeling met het insulinepreparaat Caninsulin een vrijwel normaal leven leiden. De levensverwachting van een goed ingestelde kat met suikerziekte is dan ook vergelijkbaar met die van een dier zonder deze ziekte.
Soms wordt gezien dat na enkele maanden behandeling met insuline de behandeling kan worden gestopt. Dankzij de insulinebehandeling hebben de insulineproducerende cellen bij deze katten zich weer enigzins hersteld en wordt weer voldoende lichaamseigen insuline aangemaakt. Deze katten moet echter wel in de gaten gehouden worden, omdat ze op latere leeftijd weer opnieuw suikerziekte kunnen ontwikkelen.
De belangrijkste complicatie van de behandeling van een suikerziektepatient met insuline is een te laag bloedglucosegehalte. Als er meer insuline wordt toegediend dan nodig is, kan het bloedsuikergehalte te laag worden. Hoewel dit niet vaak voorkomt, is het belangrijk dat u weet hoe u in een degelijke situatie het best kunt handelen.

Te laag bloedsuikergehalte (hypoglycemie)
Er zijn diverse oorzaken voor het ontstaan van een te laag bloedglucosegehalte. Een toename in de dagelijkse activiteit en/of een verminderde opname van voedsel kan leiden tot een lager bloedglucosegehalte en dus een verminderde behoefte aan insuline. De insulinebehoefte kan ook verminderen doordat de alvleesklier zelf weer insuline is gaan maken. Als een kat braakt of diarree heeft, zal de vertering van voedsel minder goed verlopen dan normaal. Hierdoor zal er minder aanbod van glucose aan het bloed zijn, waardoor er minder insuline nodig is om het bloedglucosegehalte binnen de normale grenzen te houden. Ook fouten bij het toedienen van insuline zijn mogelijk. Het opzuigen van de juiste hoeveelheid insuline moet dan ook met de grootst mogelijke zorg gebeuren.

Een kat waarvan het bloedglucosegehalte laag begint te worden kan onrustig of juist sloom zijn en/of op onverwachte tijden honger hebben. Als het bloedglucosegehalte nog verder zakt begint de kat te rillen of vreemde bewegingen (omvallen, trappelen met de poten) te maken. Uiteindelijk zal de kat in een diepe slaap zakken, waaruit het slecht of niet wakker te maken is. Deze situatie is op elk tijdstip van de dag mogelijk, maar doet zich meestal 2 tot 4 uur na de insulinetoediening voor.

Wat te doen bij verschijnselen van een te laag bloedglucosegehalte
Omdat een te laag bloedglucosegehalte levensbedreigend kan zijn moet ervoor gezorgd worden dat het bloedglucosegehalte zo snel mogelijk weer gaat stijgen. Als uw kat de verschijnselen van een te laag bloedglucosegehalte vertoont, moet direct een maaltijd worden gegeven. Als de kat niet meer in staat is om de maaltijd op te eten, moet zo snel mogelijk druivensuiker of een druivensuikeroplossing worden gegeven. U geeft hiervan ongeveer 1 gram druivensuiker per kilogram lichaamgewicht. De oplossing kunt u voorzichtig in de wangzak gieten, het poeder kunt u op het mondslijmvlies - vooral onder de tong - wrijven. Zodra herstel optreedt, moet u de kat alsnog een maaltijd aanbieden. Vervolgens de kat gedurende meerdere uren goed in de gaten houden om na te gaan of de verschijnslen opnieuw optreden. Om een hernieuwde daling in het bloedglucosegehalte te voorkomen, moet tot 12 uur na de insuline-injectie met tussenpozen van 2 uur een maaltijd worden gegeven. Voor de volgende insuline-injectie moet met de dierenarts worden overlegd over de hoeveelheid insuline die moet worden toegediend. Als de kat niet verbetert na de toediening van druivensuiker in de bek, is het verstandig direct contact op te nemen met de dierenarts.
plaskater
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
De Plaskater

De benaming plaskater wordt gebruikt voor een kat, meestal kater, die niet kan plassen. De oorzaak hiervan is meestal een verstopping van de plasbuis, tgv. een soort steentjes (meestal struviet, een kristal bestaand uit Magnesium, Ammonium en Fosfaat, of Calcium-oxalaat), die in de plasbuis vastlopen. Ook poezen kunnen er last van hebben, maar bij een poes is de plasbuis wijder, waardoor er veel minder vaak een verstopping optreedt.

Verschijnselen:

-vaker naar de kattenbak moeten en lang in plashouding zitten, persen bij het plassen.

-bloed bij de urine.

-in huis plassen, plassen op vreemde plaatsen.

-afwijkend gedrag: lusteloos, niet eten, braken soms, veel likken rond anus en censuur.

Deze symptomen zie je bij een blaasontsteking, maar een verstopping is zo niet uit te sluiten.Het is heel belangrijk dat u deze verschijnselen herkent. Een blaasontsteking is onaangenaam en vaak pijnlijk voor uw kat, maar als er een verstopping bij komt dan kan dit, als het te lang duurt, levensbedreigend zijn voor uw huisdier. Het dier vergiftigt zichzelf en er kan ernstige schade ontstaan, oa. aan de nieren. Uw kat kan er zelfs dood aan gaan.Een verstopping is echt een spoedgeval!!!

Oorzaak

Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan van blaasgruis. Voeding die de veel kristalvormende mineralen bevat is een belangrijke factor. Tevens bepaald de voeding de zuurgraad van de urine, welke ook van belang is bij het ontstaan van blaasgruis. Daarnaast zie je meer blaasgruisproblemen bij katten met weinig beweging en overgewicht. Ook weinig drinken, waardoor de urine geconcentreerder is, en een lage plasfrequentie (bv. door vuile kattenbak, voor de kat vervelende plaats waar kattebak staat) bevorderen het ontstaan van blaasgruis.

Behandeling

Allereerst dient uitgemaakt te worden er alleen sprake is van een blaasontsteking of dat er toch sprake is van een verstopping.In het eerste geval zal er een behandeling moeten plaatsvinden met antibiotica evt. pijnstillers.In geval van een verstopping zal deze opgeheven moeten worden en zal de blaas leeggemaakt moeten worden. Hierbij zal de dierenarts een katheter via de plasbuis in de blaas brengen en trachten de verstopping op te heffen. Soms lukt dit alleen onder narcose.De katheter zal vaak ook een paar dagen blijven zitten. Daarnaast zal de kat, ter oplossing van aanwezige gruis en ter voorkoming van het ontstaan van nieuw gruis, een speciale voeding moeten krijgen. Tevens zorgt dit voer voor een toename van het urinevolume, en ondersteunt het de blaaswand.
pkd Polycystic Kidney Disease bij de kat
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
PKD of Polycystic Kidney Disease bij de kat



Wat houdt PKD precies in?
PKD is de afkorting voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt.

Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met het ouder worden van de kat. (De grootte kan varieren van enkele mm's tot enkele cm's). Deze cystes verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierfunctie minder zal worden. Je kunt het vergelijken met een ballon die langzaam opgeblazen wordt en door het groter worden het nierweefsel daaromheen verdrukt. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden.

Klachten ontstaan dan ook meestal pas op latere leeftijd. Gemiddeld pas rond de 6-7 jaar komen de eerste klachten van nierproblemen naar voren.

Waarom moet er getest worden op PKD?
PKD is een gevaarlijke ziekte. Doordat de ziekte pas na jaren aan het licht komt is het van belang om de ziekte al in een vroeg stadium aan te tonen, zodat er met deze pkd positieve dieren niet wordt gefokt! Als er niet op getest wordt kan een PKD lijder al meerdere generaties verwekt hebben voordat de ziekte zich openbaart. Het is dus van groot belang dat de ziekte door alle katteneigenaren die willen fokken onderkend en onderzocht wordt om de ziekte een halt toe te roepen.

Hoe is PKD in Nederland terecht gekomen?
PKD is in Nederland terecht gekomen door de import van aan PKD lijdende katten uit Amerika. Er is een duidelijke verschil in voorkomen tussen de rassen. PKD komt het meest voor bij de Perzische kat en Exotics. (naar schatting heeft 1/3 van de perzenpopulatie in Nederland deze aandoening). Ook bij een aantal rassen, waarin in het verleden door middel van kruisingen kenmerken van Perzen of Exotics werden ingebracht, komt PKD voor. Bijvoorbeeld de Britse Korthaar, de Heilige Birmaan en de Ragdoll.

Oorzaak van PKD
PKD wordt veroorzaakt door een fout in het DNA waardoor een bepaald eiwit dat van belang is voor een goede nierfunctie verkeerd wordt aangelegd. PKD overerft dominant. Dat betekent dat bij aanwezigheid van één allel PKD1 de ziekte tot uiting komt. Een allel is een drager van erfelijke informatie. Er zijn 2 allelen: PKD1 en pkd1.

Allelen komen altijd gepaard voor en hierdoor zijn de volgende combinaties mogelijk:
pkd1/pkd1. De kat is PKD vrij.
PKD1/pkd1. De kat is lijder en zal in de toekomst PKD krijgen. Hij of zij kan PKD aan de volgende generatie doorgeven.
PKD1/PKD1: Uit recent onderzoek is gebleken dat deze genetische combinatie niet voorkomt bij volwassen dieren. Dit duidt erop dat het om een dodelijke afwijking gaat waarbij de kittens als embryo al sterven of vlak na de geboorte overlijden. (Het moment van overlijden is nog niet duidelijk)
Als een kat PKD heeft moet er altijd één of allebei de ouders PKD hebben. Uit twee PKD vrije ouders kan geen PKD kat geboren worden.

Wat zijn de symptomen van PKD?
Zolang de nieren nog voldoende functioneren zullen er geen klachten zijn. Zodra de nierfunctie achteruit gaat en meer dan 70% van het nierweefsel is aangetast zal de kat symptomen van nierfalen krijgen. Dit kan jaren duren.

De symptomen van nierfalen zijn
verminderde eetlust
vermageren
veel drinken en veel plassen
minder actief
bij buikpalpatie kunnen grote bobbelige nieren te voelen zijn
uitdroging, de huid blijft staan als je deze optilt
bleke slijmvliezen door bloedarmoede
braken
Lees verder over nierproblemen bij de kat .....

Hoe wordt PKD gediagnostiseerd?


Echo
Met behulp van een echo is de diagnose in een vroeg stadium te stellen.
De minimum leeftijd waarop een echo redelijk betrouwbaar is, is 6 maanden. Laat men de kat eerder testen, het kan vanaf 8-9 weken leeftijd, dan kan een vals-negatieve uitslag gevonden worden en moet het onderzoek op een leeftijd van 6 maanden herhaald worden. Hoe ouder de kat is als deze getest wordt hoe betrouwbaarder de uitslag is.

Waar kan de echo plaatsvinden?
We raden aan om de echo door een censuur te laten maken. Wij verwijzen al onze klanten door naar praktijk voor Veterinaire Echografie van drs. J.W. Garretsen, censuur veterinaire radiologie.

.
Een DNA-test voor PKD
Er is ook DNA onderzoek beschikbaar om bij katten de erfelijke aanleg voor PKD vast te stellen. Dat betekent dat op voorhand, vóórdat de dieren worden ingezet voor de fokkerij, vastgesteld kan worden welke katten op latere leeftijd in de problemen komen tengevolge van PKD.

Voor het DNA onderzoek is het nodig om wat bloed af te nemen. Bij het bezoek aan de dierenarts dient u de stamboekgegevens van uw kat mee te nemen zodat het zeker is dat het bloedmonster van de betreffende kat is. Een chip is verplicht om de kat met zekerheid te kunnen identicficeren. Als de kat niet gechipt is geeft het laboratorium alleen een verklaring af dat het bloed dat onderzocht is geen PKD had. Echter op de verklaring wordt dan niet de naam van het dier erbij gezet!

De DNA test is betrouwbaar. Het voordeel van de DNA test is dat het maar eenmalig gedaan hoeft te worden op welke leeftijd je deze ook uitvoert.


Zie voor DNA testen voor PDK de site van dr. van Haeringen Laboratorium.

We hopen voor de toekomst dat alle katteneigenaren, van de rassen die risico lopen, aan de testen meedoen zodat de ziekte beheersbaar wordt en als het meezit dat PKD uitgebannen kan worden.

Wat is de therapie voor PKD?
Een echte therapie om de kat te laten genezen is er helaas niet. De cystes in de nieren kunnen niet weggenomen worden. Ze worden steeds groter en richten na verloop van tijd steeds meer schade aan.


Chronisch nierfalen
Om de nieren zoveel mogelijk te ondersteunen adviseren we om het chronisch nierfalen te behandelen. Dit kan door middel van medicijnen en een speciaal nierdieet . We proberen daarmee de nieren te ontlasten en verdere achteruitgang te voorkomen. Indien nodig kunnen we de kat ook opnemen om met behulp van een infuus de nieren te spoelen. Hierdoor wordt het bloed ontdaan van de gifstoffen een soort dialyse.



Tekenen van nierfalen of een slechte nierfunctie bij een kat zijn:
veel drinken en veel plassen

verminderde eetlust
vermageren
slechte adem
overgeven en/of diarree
lusteloosheid en zwakte
slechte vachtverzorging, een mottige vacht
Lees verder over nierfalen .....

Deze behandeling zal de ontwikkeling van chronisch nierfalen zoveel mogelijk vertragen en verlicht de symptomen die als gevolg van PKD optreden. Hierdoor verbeteren de levensverwachting en de levenskwaliteit van de kat. Helaas kan de ziekte niet overwonnen worden en zal de kat uiteindelijk overlijden aan PKD. Door de kat zo goed mogelijk te ondersteunen kan dit moment zo lang mogelijk uitgesteld worden.
cerebellaire ataxie
tessa
Site Admin

Geregistreerd op: 2-10-2006
Berichten: 2551
Woonplaats: leerdam
Reageer met quote
Ataxie
Over cerebellaire ataxie bij de kat is eigenlijk maar weinig gepubliceerd. Wel staat vast, dat het een gevolg kan zijn van een besmetting met kattenziekte die de moederpoes tijdens of voor de zwangerschap opliep, of het kitten zelf vlak na de geboorte.

Er zijn echter nog veel meer gevallen te noemen waarin helemaal geen oorzaak is te vinden. Mogelijke oorzaken waarover wordt gespeculeerd zijn een achterstand in de ontwikkeling van de kleine hersenen of zoals de meest recente opvatting is, een defect aan axonen.


Symptomen

Katten met deze aandoening staan en lopen vaak met hun poten ver uiteen en hebben een gang die beschreven kan worden als hoogstappend (als een kip). Katten met cerebellaire problemen vinden het moeilijk om goede inschattingen te maken als ze springen en als ze het doen, doen ze het vaak heel overdreven. Trillen of beven, dat bij sommige katten erger wordt als ze iets gaan doen als bijvoorbeeld eten (dit wordt ook intentie tremor genoemd), worden ook waargenomen.
Advertentie


kattenziekten
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls
Tijden zijn in GMT + 2 uur  
Pagina 1 van 1  

  
  
 Plaats reactie